In het gezin van Meine Kool is theater even vanzelfsprekend als eten aan tafel. Vader Patrick speelt en regisseert, moeder Suzan werkt ook in de theaterbranche. Voor hen is het heerlijk om die passie met elkaar te kunnen delen. Meine rolde er al jong in. “Ik ben eerst begonnen bij de NKT Theaterschool in Purmerend en twee jaar later mocht ik auditie doen voor 40-45, de Musical van Studio 100. Toen was ik 9.”
Dat hij meteen werd aangenomen voor de kinderhoofdrol, kwam ook voor hemzelf als een verrassing. “Dat vond ik best wel gek en spannend. Ik wist eigenlijk nog helemaal niks en ineens zat ik in zo’n groot stuk.” Destijds was hij te jong om te beseffen hoe bevoorrecht hij was. “Nu snap ik pas hoe bijzonder het was dat ik op mijn leeftijd in zo’n grote, professionele musical mocht meedoen.”
Inmiddels heeft de elfjarige Meine meerdere grote voorstellingen op zijn naam staan: na 40-45, de Musical volgden Charlie and the Chocolate Factory en Anastasia, de Musical. En nu dus een hele nieuwe toneelervaring met de Cornelis Bok-productie.
Twee rollen, samen met vader

Dat hij in de Cornelis Bok-productie terechtkwam, is niet helemaal toevallig. Zijn vader speelt mee en is bevriend met regisseur Nel Groet. Toen zij kinderen zocht voor de jonge rollen, kwam Meine al snel in beeld. Hij kreeg niet één, maar twee personages te spelen: Hendrikje, een straatjongen, en Michiel de Goeije, het zoontje van een behangontwerper.
Extra bijzonder: de vader van Michiel wordt gespeeld door zijn echte vader. Samen filmen was voor beiden een nieuwe ervaring. “Dat was ook handig, want dan kon ik gewoon thuis oefenen en hoef je niet steeds met iemand anders af te spreken.” Ook schoolgenoot Hajo Scholten uit Nieuwe Niedorp doet mee. “Ik kende hem al en samen acteren is leuker dan alleen. Het was voor ons allebei nieuw om dat zo voor de camera te doen.”
Lampen en camera’s rondom
Normaal staat Meine op het toneel, met decor en publiek. Voor deze productie stond hij in een studio, omringd door lampen en camera’s. “Ik had wel eens iets gefilmd voor een reclame, maar werken met een green screen was nieuw. Dat vond ik echt heel anders en ook best gek.”
Alles was groen: de vloer, de wanden, de achtergrond. “Je moet acteren terwijl je niet ziet waar je eigenlijk bent. Je ziet geen ruimte of diepte. Soms weet je daardoor niet goed waar je staat.” Maar de spanning maakte plaats voor nieuwsgierigheid. “Het was ook heel leuk. Zo’n hele studio met veel licht en camera’s van verschillende kanten. Het was echt nieuw.”
Tollen in jute
Filmen bleek wel wat anders dan theater. “Je moet veel wachten. Soms sta je klaar en dan gebeurt er tien minuten niks, omdat ze alles moeten afstellen, en bij theater speel je je hele voorstelling in één keer.” Maar zodra hij mocht spelen, vond hij dat geweldig. “Vooral het tollen vond ik leuk. Lekker rondrennen met een tol in een scène, gekleed in kleding uit een andere tijd. Normaal draag ik hoodies, en nu moest ik ineens van die bruine, een beetje jute-achtige kleren aan. Ook gekke schoenen. Dat voelde heel anders.”
Over de vraag wat hij leuker vindt, theater of film, hoeft Meine niet lang na te denken. “Theater vind ik toch wel het leukst, want dan speel je vaker en heb je publiek dat direct reageert. Van filmen is het juist wel leuk dat je het kunt terugkijken.”
Net zo benieuwd als het publiek
Voor Meine draaide deze productie vooral om spelen. Het grote verhaal liet hij lekker aan anderen over. Hoe alles samenkomt, ontdekt hij pas bij de première – net als het publiek. “Ik ben wel heel benieuwd hoe het geworden is.”
Auteur artikel: Marieke Endert – MeCommunicatie
Visual Storytelling Centre project wordt mede gefinancieerd door Europese Unie via LEADER programma. En voor het deelproject Cornelis Bok is door Meesterlijk Schagen een sponsorbedrag beschikbaar gesteld.
Klik hier of hier om kaarten te bestellen voor de premiere voorstellingen op zondag 22 februari in Willibrorduskerk Haringhuizen. Er zijn slechts nog enkele kaarten beschikbaar.