Als Peter van de Wiel vertelt, hoor je meteen: dit is iemand die het theater in zijn bloed heeft zitten. Maar zijn levensroute begon niet in de Noordkop. Geboren in De Oost en later opgegroeid in Brabant trok de marine hem begin jaren zeventig naar Den Helder, waarna hij zich voorgoed settelde in de Noordkop.
Kennismaking met Bok
Zijn pad kruiste voor het eerst dat van Cornelis Bok via het Zijper Museum, waar het erfgoed van de polder de Zijpe wordt beheerd. “Daar zijn mensen al heel lang actief met Bok. Dat is ook logisch: hij schilderde precies dit gebied. Plat, zonder bomen, maar mooi in zijn eenvoud.” Via stichting Meesterlijk Schagen leerde Peter Cornelis Bok nóg beter kennen: van routes over de schilder, exposities tot zelfs een boek met zijn verhaal.
Wat Peter vooral interessant vindt aan Bok is het vakmanschap en het doorzettingsvermogen. “Hij had het niet breed. Hij moest echt zijn hoofd boven water houden. Maar met die beperkte middelen zette hij wel een rijk beeld neer van deze streek. Van het landschap, en van de mensen die erin leefden. Een mooie nalatenschap.”
Een nieuwe manier van spelen

In de productie speelt Peter notaris Denijs, een bijrol “aan de periferie”, zoals hij het zelf noemt. Maar klein betekent niet onbelangrijk. “In het toneel zeggen we: er zijn geen grote of kleine rollen. Alles draagt bij.” Wat vooral indruk maakte, was het kostuumwerk. “Je hijst je in een heleboel lagen, knopen hier, strik daar. Je wordt helemaal ingepakt. Dan denk ik: dit hadden ze vroeger in de tropen ook aan. Die lui moeten zich kapot gezweet hebben.”
Peter speelt al sinds 1982 bij toneelvereniging OZOS en werkt als programmeur bij het Scagon Theater. Hij kent de regio, de spelers en de cultuurclubs en kon zo ook andere mensen mobiliseren voor de productie. “Het is leuk om met mensen waar je al mee samenwerkt iets nieuws te doen. En dit is echt iets nieuws.”

Want het maakproces is totaal anders dan regulier toneel, met alleen een groen scherm als decor. “Je speelt normaal in een ruimte met zichtbare objecten. Nu sta je als het ware in een groene zee, en dat voelt heel kunstmatig.” Het was ook improviseren: weinig repetities en ter plekke snel schakelen op aanwijzingen. “Vaak was het: ‘loop maar die kant op, maak er wat van’. Maar dat maakt het juist leuk.”
De magie van de kerk
Wat hij al heeft gezien van eerdere projecties in de kerk van Haringhuizen noemt hij imposant. “Je wordt helemaal opgenomen in een 360-gradenbeeld. Alles om je heen leeft. De kerk wordt onderdeel van het verhaal, zonder dat het stoort. Dat vind ik mooi: het oude en het nieuwe versterken elkaar juist.”
Voor Peter is de kracht van de productie dat Bok niet alleen een thema is, maar een kapstok voor iets groters. “Je brengt de geschiedenis van deze regio tot leven. Met techniek van nu, ja, maar de sfeer van toen blijft overeind, juist ook door het decor van de kerk.”
Verbinding tussen toen en nu
Wat hij hoopt dat bezoekers meenemen? “Niet alleen het wow-effect van de techniek, maar ook dat ze iets van de geschiedenis voelen. Dat ze naar de schilderijen kijken met andere ogen. Zo wás het toen. En dan, als je de kerk uitloopt, zie je dat veel eigenlijk nog steeds hetzelfde is. De schapen staan er nog steeds, bij wijze van spreken.”
Aan het eind van het gesprek grijnst hij breed. “En eerlijk is eerlijk: ik vind het stiekem hartstikke leuk om mezelf straks terug te zien. Met mijn Brabantse kop in een Noord-Hollands verhaal. Ja, dat is toch mooi?”
Auteur artikel: Marieke Endert – MeCommunicatie
Visual Storytelling Centre project wordt mede gefinancieerd door Europese Unie via LEADER programma. En voor het deelproject Cornelis Bok is door Meesterlijk Schagen een sponsorbedrag beschikbaar gesteld.