Als Sylvia Buczynski over kleding vertelt, voel je meteen haar liefde voor mode en de geschiedenis van mode. Voor haar is kleding geen decor, maar misschien wel het belangrijkste onderdeel om een tijdperk tot leven te brengen. Al sinds haar tijd op de Rietveld Academie is ze gefascineerd door streekdrachten, oude kostuums en de verborgen taal van mode. Met het nodige speurwerk, creativiteit en een scherp oog voor de historie regelde ze de complete garderobe voor het verhaal van Cornelis Bok. En dat met zichtbaar veel plezier.

Die passie voor mode komt in de productie over Cornelis Bok volledig tot haar recht. “Soms denken mensen dat het een kwestie is van ‘even op zolder wat oude kleren bij elkaar zoeken’. Maar zo werkt het natuurlijk niet, zeker niet voor deze periode,” vertelt Sylvia. “Veel mensen denken bij de 19e eeuw aan Dickens-achtige taferelen met hoge hoeden, pandjesjassen en vrouwen met ingesnoerde tailles en wijde rokken. Maar de tijd van Bok was wezenlijk anders, bovendien liep men op het platteland jaren achter op de stad.”
Zoeken, aanpassen en omdenken
Het samenstellen van de kleding voor de productie was precisiewerk. Sylvia moest bovendien rekening houden met technische eisen. “We werkten met een green screen, dus ik kon geen groen gebruiken. Alles wat groen is valt weg in de projectie. Zo had ik een mooi herenkostuum gevonden, maar dat was van groen fluweel, dus dat kon ik helaas niet gebruiken.”

Kleding uit de tijd van Bok was sowieso lastig te vinden bij verhuurbedrijven. Tot ze in Bergen op Zoom belandde. “Dat was een verademing. Door de jaarlijkse historische openluchtvoorstellingen die ze daar organiseren hebben ze een enorme hoeveelheid kostuums. Alles was keurig gerubriceerd op tijdperk, maat, mannen, vrouwen, kinderen. Daar kon ik echt wat mee.”
Maar daarmee was ze er nog niet. “Ritsen bestonden niet, dus laarzen met rits konden meteen van het lijstje. Ook waren er acteurs die een spijkerbroek hadden meegenomen. Bij een werkman kon dat wel, alleen moesten we wel bij de opnames opletten dat de stiksels en kontzakken niet zichtbaar werden.” Ook bepaalde uiterlijke kenmerken uit onze tijd passen niet bij het 19e-eeuwse Noord-Holland. “In de tijd van Bok waren baarden en snorren niet in de mode, maar nu heeft bijna iedere man gezichtshaar. Historisch gezien zou je ze moeten laten scheren,” lacht ze, “maar van vrijwilligers kun je dat niet vragen. Ik was al blij dat acteurs geen tattoos of piercings hadden.”
Geschiedenis nog altijd voelbaar in de Kop
Wat Sylvia hoopt dat bezoekers meenemen? “Ik hoop dat mensen een gevoel krijgen voor die tijd. Veel van nu komt voort uit die periode. In Haringhuizen, waar ik woon en waar de voorstelling wordt vertoond, waren destijds troepen gelegerd. Fransen, Engelsen, Russen trokken door de Noordkop. Er werd geplunderd, verbrand, en er waren geen sanitaire voorzieningen. Hoe moet dat eruit hebben gezien? Nog steeds vinden we in onze regio allemaal restanten uit die tijd, van knopen tot scherven.”
Volgens Sylvia laat het verhaal van Bok vooral zien hoe dichtbij die geschiedenis eigenlijk is. “In Schagen kun je een wandeling maken langs plekken die hij schilderde. Daar staan borden met het werk van Bok, zodat je kan zien hoe het toen was en hoe het er nu uitziet. Maar kom vooral kijken in de kerk van Haringhuizen,” besluit Sylvia. “Dan beleef je het verhaal van Bok pas echt.”
Auteur artikel: Marieke Endert – MeCommunicatie
Visual Storytelling Centre project wordt mede gefinancieerd door Europese Unie via LEADER programma. En voor het deelproject Cornelis Bok is door Meesterlijk Schagen een sponsorbedrag beschikbaar gesteld.